Net zoals je overal zwangere vrouwen ziet als je zelf zwanger bent,
gebeurt dit nu ook met P. De man voor ons bij het tankstation slaagt er maar
net in de benzineslang in zijn tank te steken. Een vrouw met een veelkleurige
muts op en een mandje met een fles champagne in haar armen staat bij de kassa
met de volgorde der dingen te schutteren. Zelf laat ik al sinds een maand de
bakkersvrouw het kleingeld voor een baguette uit m’n portemonnee halen, zo ook
bij de slager. Pinnen mag daar vanaf 5 euro. Zo nu en dan verzamel ik kleingeld
en doe de muntjes in zakjes van 1 euro. Ik heb de winkeliers verteld waarom. Ik
heb er geen moeite mee ‘vreemden’ te melden dat ik een aandoening heb, maar in
de wereld waarin ik werk houd ik het nog even onder de pet. Dat kan makkelijk
want ik werk uitsluitend online, al jaren, dus ik zie mensen hoogstens wel eens
op een zoommeeting. Maar privé kan dit gebeuren: ‘we hebben je maar niet
uitgenodigd, het was waarschijnlijk een beetje te druk voor je’. Aannames
mensen, aannames, ik bepaal dat zelf wel! En daarom houd ik m’n mond.
Uiteindelijk zal het wel bekend worden, ik maak me geen illusies over iets
geheim willen houden.
Het is lekker bijtend koud, de zon schittert. De sneeuw is alweer aan
het wegvriezen. Ik heb net een stuk met de honden gelopen en voorzichtiger
gedaan dan anders, het was glibberig. Vanavond gaan we racletten met onze
lerares Frans en haar man. Zij is bipolair, hij is een licht autistische
computernerd met een overactieve zoon waarmee je niet op visite kunt gaan. Zij
hebben levenslang, bedenk ik me terwijl ik de visschotel opschep.
Terug in Nederland voor feestdagen en bezoek aan de neuroloog. Na een half jaar niet echt gewend kunnen raken aan het wispelturige lichaam heb ik besloten in het nieuwe jaar aan de medicijnen te beginnen. Dit wordt dus mijn laatste medicijnvrije kerst. Een mijlpaal, toch?
‘Sexy, mam’, zegt mijn dochter. We staan in de Hema bij de lingerie.
Wat ik zoek is een stel stevige onderbroeken die ik in één keer tegelijk met
m’n broek of panty kan uittrekken. Taillehoog, zonder strak elastiek. Valt nog
niet mee, ik probeer eerst maar eens een setje van twee zwarte. Kleding is
tegenwoordig een noodzakelijk kwaad. De meeste broeken hebben een taille van
elastiek, truien moeten niet te lang zijn, vesten zijn makkelijker. Een
fleecevest over een t-shirt is lastig uit te krijgen. Een panty aantrekken lukt
nog net maar daar gaan we geen gewoonte meer van maken. Dingen met knoopjes
laat ik hangen, een slobbervest met drie grote knopen mag wel met me mee.
Uiteindelijk zie ik er tijdens de feestdagen best feestelijk uit in een
glitterjurk van jongste dochter. Jammer dat ik daags na kerst getroffen werd
door hoge koorts en een navenant beroerde conditie. Nu is het weer beter en is
het moment aangebroken: ik ga aan de Madopar. Ben erg nieuwsgierig hoe me dat
gaat bevallen.
In de Volkskrant lees ik de interessante ingezonden brief ‘Eindig’ van
Onno Schweers uit Hoorn: ‘Ik ben 74 jaar en heb de ziekte van ‘ouder worden’,
een chronische ziekte waar je uiteindelijk dood aan gaat en waarvoor (nog) geen
medicijn is uitgevonden’.
Hij schrijft dit naar aanleiding van het interview met Bart Meijman van
Dappere Dokters uit dezelfde krant. Lezenswaardige artikelen, allebei. In de
nabije toekomst zal het levenseinde een steeds minder moeilijk onderwerp
(moeten) worden. Ik heb ook al een verkennend gesprek met huisarts, man en
kinderen gevoerd. Dat verliep soepel.
Sinds gisteren aan de Madopar. Ik kan de naam van dat spul nog niet
onthouden en ik merk er ook nog niks van. We gaan het zien!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten