Vanmiddag heb ik alle ramen van ons huis gelapt en van een aantal bomen de klimop af getrokken. Daarvoor de honden laten rennen in de wei. Twee uur heerlijk buiten, als vanouds.
Ik voel me prima, beetje last van m’n rug maar die pijn is ook niet meer zo erg als voor de medicatie. Ik heb er wel even aan moeten wennen met, laat ik ze noemen, ‘non-dagen.’ Dagen dat ik voortdurend duizelig was van de pillen en de tijd min of meer uitzat. Je krijgt er sombere gedachten van. Afgelopen zondag was de laatste dag van deze misère, dinsdag stond ik op en dacht: Hé! Ben ik er weer? En vandaag, donderdag klommen levodopa en ik boven Mr P uit. Ik heb hem er even onder en daar ga ik uitgebreid van genieten, want ik begrijp uit wat ik allemaal gelezen heb dat dat niet zo blijft. Daar ga ik niet over nadenken.
In de super (waar ik nu ook weer alleen in durf) kwam ik onverwachts
een vriend tegen. Vorige week hadden wij bij hem en mijn oudste vriendin
gegeten. ‘Gaat het goed?’ Hij keek me intens aan. ‘Je ziet er goed uit, veel
beter dan vorige week!’(en ik had geen eens make-up op). Leuk om te horen
natuurlijk! Later, toen hij z’n voorverpakte sandwiches had gevonden (z’n
boterhamtrommel stond nog thuis op het aanrecht) kwam hij me nog even een knuffel
geven: ‘Hou je taai hè? Of juist niet, laat ’t gaan,’ Hij moest er zelf om
lachen. Ik vind ’t wel een goeie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten